Language Switcher Fallback

Toch niet zo zielig

Deze zomer stonden drie heren voor de rechtbank. Zij hadden bedrijfsmatig een handel in benodigdheden voor de illegale hennepteelt opgezet. Het hele bedrijf was gericht op de levering van die benodigdheden en dat wordt beschouwd als strafbare voorbereidingshandelingen voor misdrijven uit de Opiumwet.

De raadsman gaf tijdens de zitting aan, dat het na de inval, twee jaar eerder, met de verdachten financieel erg slecht was vergaan. De privé situatie met een hoge hypotheek en de terugloop in omzet van het bedrijf zouden tot een dramatische financiële situatie hebben geleid. Over de verdenkingen hadden de verdachten op aanraden van hun advocaat altijd gezwegen maar de ontstane penibele financiële situatie was toch een feit, dat voor de rechtbank uit de doeken gedaan diende te worden.

Echter, de officier van justitie had een recent rapport van FIU-Nederland ontvangen waaruit bleek, dat in de periode tussen inval en zitting de verdachten voor honderdduizenden euro aan contante stortingen hadden verricht en dat stond toch wel haaks op de geschetste dramatische situatie van de verdachten. De advocaat, met de FIU bevindingen geconfronteerd, maakte bezwaar tegen de inbreng van deze informatie omdat de officier van justitie dit pas staande de zitting in had gebracht. De officier gaf echter aan dat zij de FIU informatie niet als bewijs wilde indienen, maar hiermee wel zichtbaar wilde maken, dat de financiële situatie van de verdachten helemaal niet zo schrijnend was. De rechtbank verwierp het bezwaar van de verdediging. De verdachten werden veroordeeld tot taakstraffen en een voorwaardelijke gevangenisstraf. De inbeslaggenomen handelsvoorraad, 255 pallets met apparatuur in totaal van aanzienlijke waarde, werd op last van de rechtbank onttrokken aan het maatschappelijk verkeer. Weliswaar was het vonnis uiterst mild, maar het kwijtraken van hun handelsvoorraad betekende voor de verdachten wel een flinke financiële aderlating.

 

Klik hier voor meer casuïstiek.