Ik heb een ongebruikelijke transactie gemeld. Kan de betrokken partij dit via opsporingsdiensten te weten komen?
Een melding van een ongebruikelijke transactie komt bij de FIU-Nederland in een afgeschermde en streng beveiligde database terecht met de classificatie ‘’Staatgeheim – geheim’’. Deze database is alleen toegankelijk voor mensen in dienst van de FIU-Nederland die de een functie hebben waar dit voor nodig is. Niemand anders kan hierbij. Wanneer na analyse van de ongebruikelijke transactie blijkt dat er voldoende grond is om deze verdacht te verklaren, dan wordt deze verdachte transactie een politiegegeven, waarvan de opsporings-, inlichtingen- en veiligheidsdiensten kunnen kennisnemen. Deze verdachte transactie is niet langer ‘’Staatsgeheim – geheim’’, maar valt onder de Wet Politiegegevens.
De opsporing kan de verdachte transactie op verschillende manieren gebruiken. Afhankelijk van hoe de verdachte transactie gebruikt wordt, kan deze wel of niet in een strafdossier belanden. Mocht de verdachte transactie wel in een strafdossier belanden, dan zijn er waarborgen voor de veiligheid van de melder. Op 13 november 2020 schreef de minister van Justitie en Veiligheid hierover in een brief aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag:
‘’Dit betekent dat in die gevallen dat het voornemen bestaat om een door een kleine onderneming gemelde ongebruikelijke transactie, die vervolgens door de FIU-Nederland verdacht is verklaard, als bewijs in het strafdossier toe te voegen, ondernemen de opsporingsdiensten nadere actie. Met inachtneming van de wettelijke kaders wordt contact opgenomen met de desbetreffende melder om na te gaan of er (voorziene) dreigingsrisico’s zijn als de door de FIU-Nederland verdacht verklaarde transactie als bewijs in het strafdossier wordt toegevoegd.’’ (Lees de hele brief hier)
Daarnaast wordt in de brief benadrukt dat een melder van een ongebruikelijke transactie altijd zelf contact op kan nemen met de politie bij (voorziene) dreigingen. Dergelijke signalen worden zeer serieus opgepakt en de overheid kan (aanvullende) maatregelen nemen in het kader van het stelsel bewaken en beveiligen.
-
In het Uitvoeringsbesluit Wwft 2018 staan de indicatoren voor ongebruikelijke transacties. Deze indicatoren verschillen per meldingsplichtige instelling. Op de pagina Meldergroepen ziet u een overzicht van de verschillende indicatoren die van toepassing zijn per meldergroep. Voldoet een transactie in uw ogen aan één of meerdere indicatoren die van toepassing zijn op uw meldergroep? Dan meldt u deze bij de FIU-Nederland.
Heeft u een vraag over hoe u een bepaalde indicator dient te interpreteren, dan kunt u deze vraag stellen aan uw Wwft-toezichthouder. Op de pagina Toezichthouders ziet u staan welke toezichthouder verantwoordelijk is voor uw meldergroep. -
Door een transactie op te schorten voorkomen we dat crimineel geld wordt weggesluisd. Ook kunnen we ervoor zorgen dat er tijdig passende maatregelen genomen kunnen worden. Denk aan beslag door opsporingsdiensten.
Veel buitenlandse FIU’s hebben deze bevoegdheid al. Als dit ook voor Nederland gaat gelden, bevordert dat de internationale samenwerking. Zo kan een buitenlandse FIU aan ons vragen om een transactie op een Nederlandse bankrekening op te laten schorten. Andersom kunnen wij dit ook vragen aan een buitenlandse FIU. Dit versterkt de internationale aanpak van witwassen en terrorismefinanciering.
-
Met de opschortingsbevoegdheid kan FIU-Nederland meldingsplichtige entiteiten verzoeken om één of meer transacties voor maximaal 5 werkdagen niet uit te voeren (op te schorten).[i] FIU-Nederland kan dit verzoek ook bij u doen namens een buitenlandse FIU. In dat geval geldt een termijn van maximaal 10 werkdagen.[ii]
[i] art. 17a, lid 1 Wwft
[ii] art. 17a, lid 2 Wwft