Language Switcher Fallback

Niet naleven meldplicht

Kan het niet-melden van ongebruikelijke transacties door de boekhouder aan de rechtspersoon worden toegerekend? Het oordeel van de strafrechter.

Rechtbank Amsterdam, 22 april 2021:ECLI:NL:RBAMS:2021:2600 

Verdachte rechtspersoon wordt kort gezegd beschuldigd van het niet voldoen aan de meldplicht van ongebruikelijke transacties zoals beschreven in de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (hierna: Wwft), in de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2015.

De raadsman vindt dat verdachte rechtspersoon moet worden vrijgesproken. Het niet melden kan volgens hem niet worden toegerekend aan de rechtspersoon. De raadsman stelt namelijk dat het niet is misgegaan op bestuurlijk niveau, maar dat het is misgegaan op een niveau van een ondergeschikte functionaris; de boekhouder. Het gedrag van de boekhouder, het niet melden, is volgens de raadsman echter niet door de rechtspersoon aanvaard. Op de boekhouder (tevens hoofd van de financiële afdeling) rustte een zware en verantwoordelijke taak. De accountants van de rechtspersoon hadden zicht op de werkzaamheden van de boekhouder. Het algehele beeld was dat hij geschikt was voor zijn taken en hij die nauwgezet en met precisie uitoefende. Bij iemand die op en top functioneert is het volgens de raadsman in het kader van de zorgplicht voor de B.V. een te ver strekkende verplichting om het werk van de boekhouder op alle fronten te controleren. Dit geldt zeker als er geen aanleiding is om dit te doen.

De rechtbank stelt vast dat verdachte in de tenlastegelegde periode ten minste 6 ongebruikelijke transacties heeft verricht, omdat daarbij contante betalingen van meer dan € 25.000,- in ontvangst zijn genomen. Daarmee is sprake van een objectieve indicator als bedoeld in het Uitvoeringsbesluit Wwft, op grond waarvan verdachte deze transacties als ongebruikelijke transacties direct had moeten melden aan de FIU. Deze transacties betreffen veelal samengestelde transacties waarbij meerdere voertuigen aan een klant werden verkocht die gelijktijdig contant werden afgerekend. Deze transacties zijn niet direct gemeld.

De rechtbank is van oordeel dit het niet onverwijld melden van de ongebruikelijke transacties redelijkerwijs aan verdachte moet worden toegerekend, omdat sprake is van een gedraging die tot de normale taakuitoefening van de rechtspersoon behoorde. De wetgever heeft aan ondernemingen zoals verdachte een poortwachtersfunctie toegekend; ondernemingen moeten ongebruikelijke transacties signaleren en melden bij de FIU, zodat de FIU daar zo nodig nader onderzoek naar kan doen. Dat is een belangrijke maatschappelijke verantwoordelijkheid. Verdachte heeft door haar handelen de overheid deze mogelijkheid ontnomen om zicht te krijgen op geldstromen die kunnen duiden op criminaliteit en om achterliggende strafbare feiten op te sporen.

Verdachte(rechtspersoon) is veroordeeld tot een geldboete van € 40.000,- waarvan € 20.000,- voorwaardelijk met een proeftijd van één jaar voor het niet voldoen aan de meldplicht van ongebruikelijke transacties.