Language Switcher Fallback

OM eist cel voor mondkapjes-oplichter

In de eerste weken van de COVID-19 crisis dit voorjaar werd FIU-Nederland al snel geconfronteerd met aan de crisis te relateren oplichtingspraktijken. De enorme vraag naar beschermende middelen, vooral mondkapjes, was enorm. Wereldwijd veel groter dan leverbaar was. En dan zijn er altijd oplichters die onmiddellijk hun kansen schoon zien. Een bedrijf in Japan was naarstig op zoek naar partijen mondkapjes en kreeg contact met, naar zij dacht, een leverancier in Finland. Levering kon maar er diende wel eerst aanbetaald te worden. Het Japanse bedrijf maakte vervolgens op aanwijzing van de zogenaamde leverancier 145.000 euro over naar bankrekeningen in Finland, Zweden en Nederland. Van levering was echter geen sprake. Van het totale fraudebedrag werd vanuit Japan 47.500 euro overgemaakt naar een bankrekening in Nederland.

Bij dit soort zaken dienen alle partijen snel te handelen om het gefraudeerde geld veilig te kunnen stellen. En dat gebeurde ook. Banken, FIOD en de FIU’s van Finland en Nederland werkten hierbij nauw samen. Nadat de transacties waren uitgevoerd en de koper een aantal dagen op een levering had gewacht, deed deze in Japan aangifte van oplichting. Dit leidde tot een onderzoek door de Finse politie en werd de FIU-Nederland door de Finse FIU in kennis gesteld. Omdat een deel van het geld door was geboekt naar een rekening bij een andere Nederlandse bank werd door beide banken een melding aan FIU-Nederland gedaan. De FIOD was inmiddels op aangifte van één van de banken ook per omgaande aan de slag gegaan. De rekeninghouder werd aangehouden en het gelukte het onderzoeksteam 75 procent van het naar Nederland overgemaakte bedrag te confisqueren. De rest van de 47.500 euro was inmiddels door de verdachte aan allerhande zaken besteed. Uit het onderzoek bleek ook, dat de verdachte niet alleen maar de ontvanger van het geld was. Uit inbeslaggenomen documenten bleek hij actief aan de oplichting van het Japanse bedrijf gewerkt te hebben.

Vorige week stond de rekeninghouder voor de rechtbank. Het Openbaar Ministerie legde hem oplichting, witwassen en valsheid in geschrifte ten laste en eiste een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 9 maanden tegen verdachte.