skip to main content
NL EN
Home
Home Veelgestelde vragen Moet ik rekening houden met de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) bij het nakomen van de verplichtingen op grond van de Wwft?

Moet ik rekening houden met de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) bij het nakomen van de verplichtingen op grond van de Wwft?

De AVG vereist een grondslag voor het verwerken van persoonsgegevens, waarvan een wettelijke grondslag er één is. De Wwft is zo’n wettelijke grondslag. Als meldingsplichtige instelling verwerkt u persoonsgegevens van onder meer klanten, vertegenwoordigers en uiteindelijk belanghebbenden. Dat betekent dat u de persoonsgegevens in dit Wwft-kader dient te verwerken ten behoeve van het uitvoeren van uw cliëntenonderzoek.

Het op grond van de Wwft verplichte cliëntenonderzoek dient te worden uitgevoerd met inachtneming van de bepalingen uit hoofdstuk 2 van de Wwft. Dit houdt onder andere in dat de identiteit van de cliënt (bijvoorbeeld een koper), en eventueel de uiteindelijk belanghebbende, moeten worden vastgesteld en vastgelegd. Op grond van de Wwft dienen deze gegevens 5 jaar na de transactie of het eindigen van de zakelijke relatie te worden bewaard. Hetzelfde geldt voor gegevens met betrekking tot ongebruikelijke transacties.

  • In het Uitvoeringsbesluit Wwft 2018 staan de indicatoren voor ongebruikelijke transacties. Deze indicatoren verschillen per meldingsplichtige instelling. Op de pagina Meldergroepen ziet u een overzicht van de verschillende indicatoren die van toepassing zijn per meldergroep. Voldoet een transactie in uw ogen aan één of meerdere indicatoren die van toepassing zijn op uw meldergroep? Dan meldt u deze bij de FIU-Nederland.

    Heeft u een vraag over hoe u een bepaalde indicator dient te interpreteren, dan kunt u deze vraag stellen aan uw Wwft-toezichthouder. Op de pagina Toezichthouders ziet u staan welke toezichthouder verantwoordelijk is voor uw meldergroep.

  • Allereerst is het belangrijk dat u de geheimhouding zoals omschreven in artikel 23 van de Wwft in acht neemt. Dit artikel schrijft voor wat wel en niet mogelijk is. Ten tweede is het bewaren van gegevens van belang. Na het melden van een ongebruikelijke transactie krijgt u van de FIU-Nederland een ontvangstbevestiging. Dit is het bewijs dat u daadwerkelijk gemeld heeft. De ontvangstbevestiging die u krijgt, is voor u het bewijs dat u een of meer transacties heeft gemeld. U moet deze bevestiging en andere belangrijke gegevens van de ongebruikelijke transactie 5 jaar bewaren. In artikel 34 van de Wwft leest u hier meer over.

    Zoals uitgelegd op de pagina Over FIU-Nederland analyseren wij de ongebruikelijke transacties na uw melding om te beoordelen of er voldoende grond is om deze verdacht te verklaren. Indien een transactie verdacht verklaard wordt, krijgt u hiervan bericht: de zogenoemde dissemination notification. Het is belangrijk dat u op basis hiervan niet zonder meer conclusies trekt. Wij mogen namelijk niet delen waarom een transactie verdacht wordt verklaard en dus blijft de exacte reden voor u onbekend. Ons advies is dan ook om een verdacht verklaring te zien als extra informatie binnen uw “ken uw klant”  proces en transactiemonitoring. U kunt vervolgens op basis van uw eigen informatiepositie en uw risico-bereidheid een afweging maken als poortwachter hoe u deze verdacht verklaring intern afhandelt.

    U krijgt géén bericht als wij een ongebruikelijke transactie niet verdacht verklaren. Wel bewaren wij alle ongebruikelijke transacties 5 jaar. Doordat ze zichtbaar blijven in onze database kunnen we op een later moment transacties alsnog verdacht verklaren. Bijvoorbeeld door nieuwe meldingen. Als dit gebeurt, dan hoort u dat van ons.

  • Hoe u een ongebruikelijke transactie meldt is te lezen op de pagina Meldingsplicht.

  1. 1
  2. 2
  3. 3
  4. Volgende